Mary With(out) Child
Callan Grecia, Ariane Hughes, Koak, Chloe Wise, Lizzy Lunday, Zachary Armstrong, Angela Dufresne, Jenna Gribbon, Agata Slowak, Claire Tabouret, Xu Yang, Polina Barskaya, Gina Beavers, Motoko Ishibashi, Aiste Stancikaite, Márcia Falcão, Elizabeth Glaessner, Elsa Rouy, Nour El Saleh, Joanna Woś, Wojciech Fangor, Rob Ober, Sarah Naqvi
A considerable part of what we call Western civilization was founded on a specific fear. From the design of our legal and political institutions, all the way to the horizon of expectation between the sexes, that is, what we are allowed to expect in professional and personal terms, many of these grandiose things were guided by a type of fear harbored above all by men. It is the fear of women.
Think of some of the cultural initiators figures of our traditions, like Eva or Pandora. Responsible for our perils and downfalls, they were nothing more than women doing as they pleased. But by doing so, they ruined the lives of men and as a consequence, the entirety of the human race. The same would apply, centuries later, to the figure of the witches, who were burned at the stake for not conforming to what was expected of them. Many of the men responsible for this interdiction, like Augustine of Hippo, Tertullian, and Clement of Alexandria, were figures disturbed by the impossibility of controlling their bodies. Unable to discipline their desires, they invested their careers—in branches of influence that persist to this day—trying to control other people’s desires. And women, for them, were the utmost symbol of the lack of control. They needed to be controlled.
Control, in any event, can be exerted in many different forms. On the one hand, control can be applied through hard power, that is, through military means, the judiciary system, or ordinary discipline. If you do something wrong, you will pay for it, sometimes with your life. However, on the other hand, a much more elaborate power can be exerted: control via culture, through the naturalization of patterns and behaviours. Here, the intricacies are much more sophisticated, operating in ways that usually are not even clear to us. Without realizing it, we are following rules and desiring things that we don’t even know how they appeared on our radar in the first place. Religion maneuvers in this register.
The cult of Mary, or Marian worship, has been one of the most effective ways of exerting control over women over the centuries. Even if, historically, the cult was not invented when Jesus was born: the dogma surrounding the Immaculate Conception, the notion that the Virgin Mary was free from original sin at the moment of her conception, was not established by the church until 1854. The impact of this belief, in any case, is multiple, but, in short, it fostered a lasting vision of women as loving, pure, beautiful, disciplined, and reserved beings, whose existence revolved solely around their children. In other words, around the idea that a woman’s purpose in life is motherhood, an image strongly supported by the church’s public relations machine—art.
Ancient, ingrained conceptions die hard. Nonetheless, the last two centuries saw many waves of movements challenging the notion that the purpose of women in the world was to give birth and become mothers. Slowly but surely, changes started to be made; apart from the strictly political movements that fought over this restrained idea of what was up for women to accomplish in their lives, artists also weighed in, counter-attacking this dogmatic vision through art, using the same grammar employed by the church. Thus, female artists started showcasing other forms of being in the world that were not restricted to the agenda set forth by the cult around Mary. In this sense, the exhibition “Mary With(out) Child,” presented at the GNYP-Antwerp, can be understood as part of this effort.
Twenty-three artists, men and women, participate in this exhibition, dedicated to showing various facets of what it means to be a woman. Naturally, the panorama is vast, both thematically and stylistically, although it doesn’t claim to be a comprehensive approach. There are, for instance, sensual representations of women, such as is the case with Callan Grecia, Ariane Hughes, Koak, Chloe Wise, Lizzy Lunday, Claire Tabouret, Xu Yang, or even as in the case of Polina Barskaya, Gina Beavers, Motoko Ishibashi, and Aiste Stancikaite, in which the object of desire is just one aspect of the woman’s body, in a way a visual translation of the Freudian notion of fetishism. Here, women use the church’s interdiction over the body as a tool to render them the upper hand. That is, instead of being ashamed of their bodies, they are in control, acting upon the world. Sometimes they glance upon themselves, reflecting upon what means to gaze. Other times, they look at us, the viewers, integrating us in this dynamic of seeing and being seeing, so central to the question of what means to be a woman in the world.
Moreover, the purity suggested by Mary is nowhere to be seen in a different selection of works, such as in the canvases by Márcia Falcão, Elizabeth Glaessner, Elsa Rouy, Nour El Saleh, Joanna Woś, or in the drawings by the great polish artist, Wojciech Fangor. In these cases, women use their sexuality as a tool to grant them what they want, or simply as a way to shock, transforming art—historically a vehicle for the promotion of good manners of states, the bourgeoise, and the like—into a fighting ground. In this regard, works more anchored in history, like Rob Ober’s, conjugate the figure of Mary with that of the Witches, all of them looking at us, demanding recognition. The appropriation of history, furthermore, although in different contexts, is presented by Sarah Naqvi, willing to expand upon the myths that informed our traditions.
But so far, all these works represent mostly women alone, as independent as they can be. Yet total independence is also the possibility to choose whether they want to be a mother or not. That third group of paintings, then, comprising works by Zachary Armstrong, Angela Dufresne, Jenna Gribbon and Agata Slowak, depict scenes related to motherhood, be it showing the painter’s children or a family representation. What these works establish with the other group, is the reaffirmation of various facts of what entails to be a woman today. The fact that almost all works here are done in a different pictorial language only attests to that.
Text by João Gabriel Rizek
Dutch version:
Een aanzienlijk deel van wat wij westerse beschaving noemen, is gefungeerd op een specifieke angst. Van het ontwerp van onze juridische en politieke instellingen tot de horizon van verwachtingen tussen de seksen, dat wil zeggen, wat we in professionele en persoonlijk opzicht van elkaar mogen verwachten, veel van deze grootse dingen werden geleid door een soort angst die vooral door mannen wordt gekoesterd. Het is de angst voor vrouwen.
Denk aan sommige van de culturele initiërende figuren van onze tradities, zoals Eva of Pandora. Zij, die verantwoordelijk werden gehouden voor onze gevaren en ondergangen, waren niets meer dan vrouwen die deden wat ze wilden. Maar door dat te doen, ruïneerden ze de levens van mannen en als gevolg daarvan de hele mensheid. Hetzelfde zou eeuwen later gelden voor de figuur van de heksen, die op de brandstapel eindigden omdat ze zich niet hielden aan wat er van hen verwacht werd. Veel van de mannen die verantwoordelijk waren voor deze verboden, zoals Augustinus van Hippo, Tertullianus en Clement van Alexandrië, waren figuren die worstelden met het onvermogen om hun eigen lichaam onder controle te houden. Omdat ze hun verlangens niet konden beheersen, investeerden ze hun carrières – in takken van invloed die tot op de dag van vandaag blijven bestaan - in het beheersen van de verlangens van anderen. Vrouwen waren voor hen het symbool bij uitstek van het gebrek aan controle. Ze moesten gecontroleerd worden.
Controle kan op veel verschillende manieren worden uitgeoefend. Enerzijds kan controle worden uitgeoefend via harde macht, dat wil zeggen via militaire middelen, het rechtssysteem of gewone discipline. Als je iets verkeerd doet, zul je ervoor boeten, soms met je leven. Anderzijds kan er een veel verfijndere vorm van macht worden uitgeoefend: controle via cultuur, door het normaliseren van patronen en gedragingen. Hier zijn de mechanismen veel geraffineerder en werken ze op manieren die meestal niet eens duidelijk voor ons zijn. Zonder het te beseffen volgen we regels en verlangen we dingen waarvan we niet eens weten hoe ze überhaupt op onze radar zijn verschenen. Religie opereert in dit register.
De Maria-cultus of Maria-aanbidding is door de eeuwen heen één van de meest effectieve manieren geweest om controle uit te oefenen over vrouwen. Hoewel de cultus historisch gezien niet werd uitgevonden toen Jezus werd geboren: het dogma rond de Onbevlekte Ontvangenis, het idee dat de Maagd Maria vrij was van de erfzonde op het moment van haar conceptie, werd pas in 1854 door de kerk vastgelegd. De impact van dit geloof is hoe dan ook veelvoudig, maar, kort gezegd, voedde het een blijvende visie van vrouwen als liefhebbende, pure, mooie, gedisciplineerde en gereserveerde wezens, wiens bestaan alleen draaide om hun kinderen. Met andere woorden, rond het idee dat het doel van een vrouw in het leven het moederschap is, een beeld dat sterk ondersteund wordt door de public relations machine van de kerk: kunst.
Oude, diepgewortelde opvattingen zijn hardnekkig. Toch zijn er de laatste twee eeuwen veel bewegingen geweest die het idee aanvochten dat het doel van vrouwen in de wereld was om kinderen te baren en moeder te worden. Langzaam maar zeker ontstonden er veranderingen; naast de strikt politieke bewegingen die streden tegen dit ingehouden beperkende idee van wat vrouwen in hun leven konden bereiken, deden ook kunstenaars mee en zetten zich met kunst af tegen deze dogmatische visie, waarbij ze dezelfde beeldtaal gebruikten als de kerk. Zo begonnen vrouwelijke kunstenaars andere vormen van ’in de wereld staan’ te tonen, die niet beperkt waren tot de agenda die door de cultus rond Maria was vastgelegd. In die zin kan de tentoonstelling “Mary With(out) Child”, getoond in GNYP Antwerpen, beschouwd worden als een onderdeel van deze inspanning.
Drieëntwintig kunstenaars, mannen en vrouwen, nemen deel aan deze tentoonstelling, die gewijd is aan het tonen van verschillende facetten van wat het betekent om een vrouw te zijn. Uiteraard is het panorama zeer breed, zowel thematisch als stilistisch, al pretendeert het geen allesomvattende benadering te zijn. Zo zijn er sensuele voorstellingen van vrouwen, zoals bij Callan Grecian, Ariane Hughes, Koak, Lizzy Lunday, Claire Tabouret, Xu Yang, of zelfs zoals bij Polina Barskaya, Gina Beavers, Motoko Ishibashi en Aiste Stancikaite, waarbij het object van verlangen slechts één aspect van het vrouwenlichaam is, in zekere zin een visuele vertaling van het Freudiaanse begrip fetisjisme. Hier gebruiken vrouwen het kerkelijke verbod op het lichaam als een middel om de overhand te krijgen. Met andere woorden, in plaats van zich te schamen voor hun lichaam, hebben ze de controle en handelen ze in de wereld. Soms werpen ze een blik op zichzelf, nadenkend over wat staren betekent. Andere keren kijken ze naar ons, de toeschouwers, en betrekken ze ons in deze dynamiek van zien en gezien worden, die zo centraal staat in de vraag wat het betekent om een vrouw te zijn in de wereld.
Bovendien is de zuiverheid die door Maria gesuggereerd wordt nergens te bekennen in een andere selectie werken, zoals in de doeken van Márcia Falcão, Elizabeth Glaessner, Elsa Rouy, Nour El Saleh, Joanna Woś, of in de tekeningen van de grote Poolse kunstenaar Wojciech Fangor. In deze gevallen gebruiken vrouwen hun seksualiteit als een middel om te krijgen wat ze willen, of gewoon als een manier om te choqueren, waardoor kunst - van oudsher een middel om goede zeden van staten, de bourgeoisie en dergelijke te promoten - verandert in een strijdtoneel. Werken die meer verankerd zijn in de geschiedenis, zoals dat van Rob Ober, combineren de figuur van Maria met die van de heksen, die ons allemaal aankijken en erkenning eisen. De toe-eigening van de geschiedenis wordt ook, zij het in een andere context, getoond door Sarah Naqvi, die bereid is de mythen die onze tradities hebben gevormd uit te diepen.
Tot nu toe stellen al deze werken voornamelijk vrouwen voor die alleen staan, zo onafhankelijk als ze maar kunnen zijn. Maar totale onafhankelijkheid is ook de mogelijkheid om te kiezen of ze moeder willen worden of niet. Die derde groep schilderijen, bestaande uit werken van Zachary Armstrong, Angela Dufresne, Jenna Gribbon, Agata Slowak en Chloe Wise, tonen scènes die verband houden met het moederschap, hetzij door de kinderen van de kunstenaar te tonen of een gezinsvoorstelling weer te geven. Wat deze werken samen met de andere groep vastleggen, is de bevestiging van verschillende facetten wat het betekent om vandaag de dag een vrouw te zijn. Het feit dat bijna alle werken hier in een andere beeldtaal zijn uitgevoerd, is daar slechts een bevestiging van.
Text by João Gabriel Rizek